24 uren van Le Mans

2013: een tweede opeenvolgende zege voor de Audi R18 e-tron quattro

Voor de tweede maal op rij behaalde Audi de zege in de 24 Uren van Le Mans met een hybride racewagen, uitgerust met de quattro-technologie. Met de zege van Loïc Duval, Tom Kristensen en Allan Mc Nish kent Audi een twaalfde succes in ’s werelds beroemdste uithoudingsrace.

Door enkele aangekondigde reglementswijzigingen konden de drie Audi R18 e-tron quattro met een volle tank brandstof gemiddeld twee ronden minder lang afleggen dan hun grote rivaal Toyota. Dit verlies van tijd werd door de piloten op de piste op schitterende wijze gecompenseerd, ondanks het slechte weer en vele neutralisaties.

Deze twaalfde zege van Audi in Le Mans werd behaald door de Audi R18 e-tron quattro #2 van de Fransman Loïc Duval, de Deen Tom Kristensen en de Schot Allan McNish, die trouwens vanop pole positie startten. Voor Duval, die reeds op woensdag de snelste tijd op de tabellen zette, was het zijn eerste zege in La Sarthe, terwijl Allan McNish voor de derde maal de zegebloemen in ontvangst mocht nemen. Tom Kristensen, recordhouder sinds 2005, pakte een negende zege in Le Mans. Het trio Jarvis-di Grassi-Gené eindigde derde, terwijl de winnaars van 2011 en 2012 (Lotterer-Tréluyer-Fässler) na problemen vanuit een 25ste positie terug opklommen naar een verdienstelijke vijfde stek.

2012 : Een volgende technologische mijlpaal in de motorsport

Op de 80ste editie van de beroemde 24 uren van Le Mans won voor het eerst in de geschiedenis een voertuig met hybride aandrijving, de Audi R18 e-tron quattro. Nadat Peugeot ze vaarwel had gezegd, trad Toyota toe tot de autorensport. Ongeveer 200.000 toeschouwers waren getuige van een boeiende race met de typische emoties en incidenten voor een Le Mans-race plus een indrukwekkende demonstratie van “Vorsprung durch Technik.” Alle vier de Audi R18-wagens maakten kans op wat in het totaal de elfde Le Mans-overwinning van het merk zou zijn.

Na 378 ronden reden de winnaars van het jaar voordien, Marcel Fässler (CH), André Lotterer (D) en Benoît Tréluyer (F), aan het stuur van de Audi R18 e-tron quattro met autonummer “1” opnieuw als eerste over de streep. Dindo Capello (I), Tom Kristensen (DK) en Allan McNish (GB) zorgden voor een een-twee-resultaat voor de aandrijving van de toekomst, waarbij het conventionele aandrijfsysteem op intelligente wijze wordt gecombineerd met een elektrisch aangedreven as.

2011 : Op het nippertje

In 2011 nam Audi voor het eerst sinds 1999 aan Le Mans deel met een LMP-sportwagen. De R18 TDI wemelde van de innovatieve details. Zoals de compacte afgeslankte 3.7-liter V6 TDI-motor, de moderne full-ledkoplampen en het ultralichtgewicht design, waardevolle uitvindingen waar ook de ontwikkelingsingenieurs van Audi-productiewagens zich dankbaar van bedienden.

Marcel Fässler, André Lotterer en Benoît Tréluyer wonnen Le Mans. Daarmee hadden alle leden van het 2011-coureursteam van Audi elk minstens één Le Mans-overwinning op hun palmares.

Le Mans 2011

2010 : Betrouwbaar voorop

De Audi R15 TDI verschilde fundamenteel van zijn voorganger, de R10 TDI. In het seizoen van 2010 schitterde de open sportwagen met de tiencilinder TDI in “plus”-uitvoering dankzij zijn volmaakte betrouwbaarheid. Door een aantal motorstoringen betaalde rivaal Peugeot een veel te hoge prijs voor betere rondetijden.

De drie jonge Audi-coureurs Timo Bernhard, Romain Dumas en Mike Rockenfeller vierden hun eerste overwinning op La Sarthe. Aan de finish onthulde Audi dat het de overwinning te danken had aan de VTG-turbocompressortechnologie.

2008 : Episch duel

Dindo Capello, Tom Kristensen en Allan McNish verrichten een ware krachttoer in Le Mans. In zijn derde jaar moest de R10 TDI zich met alle macht verdedigen tegen de Peugeot 908. Regenweer met een constant wisselende intensiteit maakt het werk van de strategen in de pit een stuk moeilijker terwijl het coureurstrio zich tot aan de finish tot het uiterste moest concentreren.

Voor Tom Kristensen werd dit maar liefst de achtste overwinning, wat niemand hem ooit had voorgedaan. La Sarthe zag voor het laatst de officiële twaalfcilindersportwagen aan het werk.

2007 : Tegenaanval

Het tweede jaar kreeg de R10 TDI Audi al een te duchten rivaal:
Peugeot keerde terug naar Le Mans – nu ook met een dieselsportwagen. Maar de tankinhoud van de dieselvoertuigen werd verkleind om de kansen van de benzinemotoren te vergroten.

Toch haalden enkel Audi en Peugeot het podium. Na een verwoede strijd vierden Biela en Emanuele Pirro hun respectieve vijfde Le Mans-overwinning en Marco Werner zijn derde opeenvolgende.

2006 : Dieseldebuut

Voor het eerst nam een autoconstructeur deel aan Le Mans met een dieselracewagen. Audi nam het risico en ontwierp de indrukwekkende R10 TDI. De eerste conceptstudies werden aangevat in 2003, en in mei 2005 was de aluminium V12 TDI voor het eerst operationeel. Bij de editie 2006 van Le Mans werden de namen van Frank Biela,

Emanuele Pirro en Marco Werner geboekstaafd als de eerste algemene winnaars winners met een dieselauto. Na quattro in de rally en de rechtstreekse benzine-inspuiting TFSI ging Audi helemaal op kop liggen met de TDI-technologie, nu ook in de motorsport.

Le Mans 2005

2005 : Vijf zeges

Dat een hedendaagse racewagen een loodzware race als de 24 uren van Le Mans vijf keer zou kunnen winnen kon niemand zich voorstellen. Toch slaagde de R8 daarin – ondanks het feit dat de omstandigheden nog zwaarder waren geworden.

Maar zijn betrouwbaarheid en uitstekende handling plus de stuurmanskunsten van JJ Lehto, Tom Kristensen en Marco Werner bezorgden de ADT Champion de overwinning met een voorsprong van twee ronden.

2004 : Groot in Japan

Sinds 2001 vertrouwen ook Audi-klantteams op de R8. In 2004 streden ze voor het eerst mee om de algemene overwinning. Het Japanse team Goh behaalde de algemene overwinning in Le Mans. Seiji Ara, Dindo Capello en Tom Kristensen wonnen de Franse klassieker, en dat in zwaardere omstandigheden dan voordien. "Quick-change"-versnellingsbakken waren niet langer toegestaan in de Audi R8 en de luchtdoorstromingsbegrenzers werden verkleind waardoor het vermogen daalde van 449 kW (610 pk) naar 404 kW (550 pk).

Het Britse team Audi Sport UK Team Veloqx finishte als tweede en ADT Champion Racing uit de VS eindigde derde met JJ Lehto/Emanuele Pirro/Marco Werner.

Le Mans 2002

2002 : Hattrick

Opnieuw was het het Audi Sport Team Joest met de R8 en coureurs Biela, Pirro en Kristensen die de overwinning in de wacht sleepten. Een bijzondere gebeurtenis, aangezien ze de Le Mans-trofee, normaal een wisselbeker, voorgoed mee naar huis mochten nemen.

2001 : Rechtstreekse verbinding

Nooit eerder werden de commando's van de bestuurder zo snel, gericht en met voorspelbare karakteristieken uitgevoerd als bij de nieuwe V8 TFSI-motor. De uithoudingsklassieker ging de geschiedenis in als een natte race en de nieuwe motor van de Audi R8 hielp zijn coureurs aanzienlijk in dergelijke zware omstandigheden.

Biela/Kristensen/Pirro wonnen voor de tweede keer op rij, vóór een andere R8. Rechtstreekse benzine-inspuiting werd korte tijd later ingevoerd in productievoertuigen van Audi.

2000 : Debuutoverwinning

In 1999 nam Audi voor het eerst deel aan de 24 uren van Le Mans. Voor het seizoen 2000 ontwikkelde Audi Sport een nieuw prototype, de R8. Het nieuwe design sloot zijn Le Mans-debuut af met een overwinning, met Frank Biela, Emanuele Pirro en Tom Kristensen achter het stuur.

Het vertoonde aanzienlijke aerodynamische verschillen t.o.v. zijn voorganger, de Audi R8R, maar Audi Sport voorzag de bolide ook van een pneumatisch bediende versnellingspook en een lager basisgewicht. Daarmee wist het Audi Sport Team Joest een indrukwekkend een-twee-drie-resultaat neer te zetten op het Circuit de la Sarthe.