Geschiedenis van de autoraceHet tijdperk van de zilveren pijlen

Autoraces behoren tot de populairste attracties tijdens het interbellum. Diverse clubevenementen, van vossenjachten tot rally's, trekken ook een groot publiek aan, maar de topevenementen blijken enorme publiekstrekkers te zijn. Het is overduidelijk dat sportieve successen een ingrijpende impact op de verkoop hebben. De constructeurs stippelen op grond daarvan hun strategie uit.

Na de fusie tussen de vier Saksische constructeurs in 1932 is het belangrijk om de naam van de nieuwe entiteit Auto Union bekend te maken bij het grote publiek, en autoraces worden als het ideale middel beschouwd om de reputatie van het bedrijf uit te breiden. Gezien de technische standaarden die het bedrijf wil demonstreren en de prestige die het wil verwerven, is er geen andere optie dan te starten op het allerhoogste niveau: de Grote Prijs-races. De contacten die al bestaan tussen Wanderer en Ferdinand Porsche blijken van onschatbare waarde, zijn naam alleen al zet aan tot uitzonderlijke prestaties.

Een nieuwe start: het technisch vernuft zegeviert
Het avontuur krijgt een nieuwe wending in de herfst van 1932, wanneer de regels voor de Grote Prijs-races vanaf 1934 worden gepubliceerd. De gewichtsbeperking tot 750 kg roept een halt toe aan het gebruik van gigantische motoren, en er wordt technisch vernuft ingezet: het zijn de ideale omstandigheden voor een nieuwe start met de hulp van een ontwerper van het kaliber van Porsche.

Motoren voor echte waaghalzen
Het interessantste aan zijn concept is de achterin geplaatste motor - naar hedendaagse opvattingen een centraal achterin geplaatste motor. De moderne bouwwijze van raceauto's bereikt zijn hoogtepunt. Hoewel deze lay-out niet helemaal nieuw is, lijkt hij toch heel ongewoon en visionair. Hij maakt de drijfas overbodig en laat de bestuurder lager zitten, wat zorgt voor een betere aerodynamica en een lager zwaartepunt. Het probleem is dat de bestuurder een herculische kracht moet leveren om deze ongewone bediening aan te kunnen (de theoretische voordelen van de aandrijving kunnen niet volledig worden benut met de banden uit die tijd).

Doorslaggevend gewichtsbesparend design
Andere opmerkelijke technische kenmerken van Porsche zijn de voorwielophanging met torsiestang en de lichte constructie van het voertuig, waardoor het binnen de gewichtsbeperking van 750 kg met een zo groot mogelijke motor kan worden uitgerust: een zescilindermotor die in de uiteindelijke versie een cilinderinhoud van zes liter heeft.

De gouden tijd van de Duitse raceauto's
Vanaf 1934 luidt de tweestrijd tussen Mercedes en Auto Union de gouden tijd van de Duitse raceauto's in. Hans Stuck is aanvankelijk de enige topcoureur van Auto Union, tot hij het gezelschap van Achille Varzi krijgt en Bernd Rosemeyer, een nieuw en verbluffend talent, ontdekt wordt.

Bernd Rosemeyer is even populair als bokser Max Schmeling
Rosemeyer wint in 1936 een reeks races en wordt Europees kampioen (vergelijkbaar met de titel van wereldkampioen, hoewel dat in die tijd niet bestaat), waardoor Auto Union zijn tot dan toe beste jaar beleeft. Bij wordt een levende legende omwille van zijn vurig temperament (volgens de woorden van zijn vrouw Elly Beinhorn), dat tot uiting komt in zijn ongebreidelde aard en zijn vlijmscherp coureursinstinct: hij staat erom bekend even snel te rijden bij mist als bij normaal zicht. Die eigenschappen zorgen er niet alleen voor dat hij zijn collega's op de piste verslaat, maar ook dat hij het wint van Rudolf Caracciola, de stercoureur van Mercedes en tot dan toe de grootste ster aan het Duitse firmament door zijn manier om het publiek te boeien. De populariteit van Rosemeyer is op dat moment alleen vergelijkbaar met die van bokser Max Schmeling.

Type C: een reus met beperkt vermogen
Aangezien de modelgeneraties elkaar in alfabetische volgorde opvolgen, doet nu Type C zijn intrede. Het basisidee van Porsche, een beperkt gigavermogen, werkt beter dan ooit; het koppel van 87 mkg bij 2500 omw/min is nog indrukwekkender dan het piekvermogen van 520 pk. De maximumsnelheid van Type C is vastgesteld op 340 km/u (met de Avus-carrosserie, maar zelfs met andere carrosserieën kan hij sneller gaan dan 300 km/u).

Records en shocks
Wereldsnelheidsrecord worden in die tijd als het indrukwekkendst beschouwd. In 1934 gaat Auto Union de uitdaging aan met Mercedes-Benz en Alfa Romeo en breekt het minstens zesendertig snelheidsrecords in verschillende categorieën. Het streven naar een steeds hogere snelheid stimuleert de geavanceerde engineeringactiviteiten van Auto Union, maar leidt ook tot ook het trauma van 28 januari 1938.

1938: het dodelijk ongeval van Bernd Rosemeyer
De auto die klaargemaakt is voor de recordpoging, heeft een vermogensbereik van 560 pk. Het is de bedoeling om hem mee te nemen op de snelweg tussen Frankfurt en Darmstadt en het record van 432,7 km/u op naam van Caracciola te breken. De eerste poging bevestigt dat het record kan worden gebroken. Bij de tweede poging verlaat het voertuig de weg nabij Morsfelden. Bernd Rosemeyer wordt uit zijn cockpit geslingerd, komt tussen de bomen terecht en sterft ter plaatse. Bij een dergelijke snelheid zijn de bandengrip en de aerodynamica van cruciaal belang. Waarschijnlijk heeft een plotselinge zijwind uit de bomen de auto uit evenwicht gebracht en doen slippen, en heeft de bestuurder daardoor de controle over het stuur verloren.

Type D: een schitterende raceauto
Om die reden begint Auto Union het seizoen van 1938 - waarin een nieuwe Grote Prijs-formule wordt ingevoerd - zonder Bernd Rosemeyer én zonder de technische ondersteuning van Ferdinand Porsche. De bouw van een nieuwe drieliterturbomotor met twaalf cilinders wordt geleid door Eberan von Eberhorst. De standaardlay-out - met de motor centraal achterin - blijft behouden, maar de iets compactere motor maakt het mogelijk om de algemene verhoudingen te verbeteren. Het resultaat is een auto die er niet alleen aantrekkelijker, maar ook exotisch genoeg uitziet om de toeschouwers te suggereren dat er iets onverwachts gaat gebeuren. In zijn uiteindelijke vorm blijft Type D een van de mooiste raceauto's aller tijden.

Het einde van het tijdperk van de zilveren pijlen
Tazio Nuvolari en Hans Stuck strijden voortaan voor de rol van de belangrijkste Auto Union-coureur. Hoogtepunten uit deze periode zijn Nuvolari's overwinningen in Monza en Donington en Stucks successen in de heuvelklimmen. Op 3 september 1939, de dag waarop de oorlog uitbreekt, wint Nuvolari de race in Belgrado. Op die manier komt er op groteske wijze een einde aan de glorietijd van de autosport; jaren waarin technische vakkundigheid zijn hoogtepunt bereikt, buitengewone persoonlijkheden op de voorgrond treden en Auto Union geniale raceauto's bouwt.