Het bedrijf en de merkenEen nieuw begin in Ingolstadt

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog in 1945, kwam Auto Union AG in de Sovjet-zone te liggen en werd het bedrijf onteigend. De productiefaciliteiten werden weggehaald en het bedrijf verdween in 1948 uit het handelsregister van Chemnitz.

Belangrijke medewerkers van Auto Union waren direct aan het einde van de oorlog naar Beieren getrokken. Eind 1945 werd in de oude garnizoensstad Ingolstadt een magazijn voor Auto Union onderdelen geopend. Uit dit depot kwam op 2 september 1949 Auto Union GmbH voort. Dit nieuwe bedrijf ging verder in de goede traditie van de vier ringen.

In eerste instantie bestond het aanbod uit de beproefde DKW modellen met tweetaktmotoren. Deze simpele, robuuste en betrouwbare auto's en motoren waren ideaal voor de eerste naoorlogse jaren waarin aan veel gebrek was.

Op de exportbeurs in Hannover werden in het voorjaar van 1949 de bedrijfsauto DKW F 89 L Schnellaster en de motorfiets DKW RT 125 W gepresenteerd. Hiermee begon de productie in Ingolstadt. Tegelijkertijd werd achter de schermen aan een nieuw automodel van DKW gewerkt, waarvan de productie in de zomer van 1950 in een nieuwe fabriek in Düsseldorf startte.

Vanaf 1954 kocht Friedrich Flick stap voor stap steeds meer aandelen in Auto Union GmbH. Zijn doel was om op de middellange termijn een sterke partner voor Auto Union te vinden. Die vond hij in Daimler-Benz, dat in april 1958 88 procent van de aandelen overnam. Een jaar later werd Auto Union een 100% dochter van Daimler-Benz.