Link naar:Navigatie|Zoeken|Inhoud|Voettekst

Flash-plugin ontbreekt. Installeer de meest recente Flash-plugin Free Download
Audi positioneert zich als de sportiefste constructeur van uitzonderlijke wagens en heeft daarvoor een perfecte basis: de motorsport. Sportiviteit, vooruitstrevende techniek en emotioneel design zijn hoofdcomponenten voor het succes van het merk Audi. De genen daarvoor stammen uit intussen dertig zegerijke jaren in de motorsport.
Na de roemrijke dagen van de legendarische Grand Prix-wagens van Auto Union in de jaren dertig, begon met de Audi quattro een nieuw boeiend hoofdstuk in de motorsportgeschiedenis van de vier ringen. De glansrijke zeges van de ‘oer’-quattro en zijn twee wereldtitels bij de merken én de piloten in het wereldkampioenschap rally begin jaren tachtig, speelden daarenboven een belangrijke rol in het commerciële succes van de quattro-aandrijving.
Nadat Audi de rallysport op z’n kop had gezet en bij de mythische heuvelrace van Pikes Peak (USA) met de Sport quattro driemaal op rij (1985, ’86 en ’87) in een recordtijd naar boven stormde, introduceerde het merk de quattro-aandrijving ook op het circuit: eerst met de Audi 200 quattro (1988) en de Audi 90 IMSA GTO quattro (1989) in de Verenigde Staten, in 1990 en 1991 met twee kampioenschapstitels voor de Audi V8 quattro in het Duitse kampioenschap voor toerismewagens DTM (‘Deutsche Tourenwagen Meisterschaft’) – en tot slot ook met de A4 bij de nauw met de seriemodellen verwante supertoerismewagens. In 1996 won de Audi A4 quattro het kampioenschap in zeven landen!
In totaal kan de Belgian Audi Club zeven nationale titels op haar naam schrijven in vijftien Belgische competitieseizoenen.
Nadat de superieure quattro-aandrijving uit de toerismewagencompetitie verbannen werd, schakelde Audi over op de sportprototypes, de categorie waar het merk sindsdien zijn bedrijfsslogan ‘Vorsprung durch Technik’ verder uitbouwt. Vanaf het debuut in Le Mans, de zwaarste autorace ter wereld, veroverde Audi in 1999 meteen een plaats op het erepodium. In de daaropvolgende jaren vormde de Audi R8 een klasse apart. Audi realiseerde van 2000 tot 2002 een historische hattrick. In 2004 en 2005 behaalden twee klantenteams in Le Mans nog twee overwinningen voor Audi. De R8 verzekerde zich van zijn plaats in de geschiedenis met in totaal 63 overwinningen uit 80 racedeelnames.
In 2004 keerde Audi met een fabrieksteam terug naar de DTM (intussen omgedoopt in Deutsche Tourenwagen Masters) en behaalde met Mattias Ekström meteen de titel. Ook in 2007 zegevierde de Zweedse piloot, in 2008 was het Timo Schneider. De zesde DTM-titel dankt Audi aan het team Abt Sportsline, dat van 2000 tot 2003 als Audi-klantenteam een compacte coupé op basis van de Audi TT inzette en daarmee in 2002 met Laurent Aiello kampioen werd.
Een pioniersprestatie en tegelijk nogmaals een bewijs van de ‘Vorsprung durch Technik’ leverde Audi met de TDI-technologie. De nieuw ontwikkelde Audi R10 TDITDIHet synoniem voor superieur vermogen en hoogste efficiëntie: TDI. De huidige TDI-motoren zijn sportief, comfortabel en zuinig.TDI triomfeerde in 2006 als eerste wagen met dieselaandrijving in de legendarische 24 Uren van Le Mans. In 2007 en 2008 behaalde Audi met de R10 TDI opnieuw de zege op het ‘Circuit de la Sarthe’. Bovendien won Audi met deze dieselracewagen driemaal op rij de American Le Mans Series en in 2008 ook de Europese Le Mans Series.